Referenties

Toni-Areal
Zürich, Zwitserland
Bouwheer: Allreal Generalunternehmung AG, Zürich (CH)
Architect: EM2N ARCHITEKTEN AG, Zürich (CH)
Lichtstudie: Vogt und Partner, Winterthur (CH)
Elektrostudie: Bürgin und Keller, Adliswil (CH)
Elektro-installatie: Alpiq InTec Ost AG, Zürich (CH)
Foto’s: Markus Frietsch
Het was een van de grootste bouwprojecten in Zürich en bovendien een van de meest boeiende transformaties ooit. De Toni-site in de Pfingstweidstrasse in Zürich-West, waar ooit een van de grootste melkverwerkingsbedrijven van Europa gevestigd was, werd in het najaar van 2014 aan zijn nieuwe gebruikers overgedragen. Het licht voor de moderne hogeschoolcampus wordt geleverd door 5.500 TECTON armaturen van Zumtobel.

Industriële charme met nieuwe uitstraling
In 2005 moest een nieuwe bestemming worden gevonden voor de site uit de jaren 1970. Gelegen in hartje Zürich-West, dat ondertussen was uitgegroeid tot een culturele hotspot met de industriële charme van vervlogen tijden, was gewoon een extra kantoorcomplex geen optie. Daarom werd op basis van een haalbaarheidsstudie besloten om de 24.435 m² grote Toni-site om te vormen tot de centrale vestiging voor de Zürcher Kunsthogeschool (ZHdK) en de Zürcher Hogeschool voor Toegepaste Wetenschappen (ZHAW). Uit de uitgeschreven architectuurwedstrijd kwam het projectontwerp van architectuurbureau EM2N als beste naar voor en met de bouwaanvraag in het najaar van 2007 werd de basis gelegd van een ambitieus renovatie- en nieuwbouwproject met een totaal investeringsvolume van 350 miljoen Zwitserse franken.

Stipt bij aanvang van het nieuwe academiejaar in september 2014 konden ongeveer 5000 studenten, docenten en werknemers de nieuwe ruimtes betrekken. Bovendien werden op de site ook 100 nieuwe huurwoningen inclusief begaanbare daktuin en een parkeergarage met 240 parkeerplaatsen gebouwd, evenals ruimtes voor tentoonstellingen en evenementen en aan aantal panden voor commercieel gebruik. Er werd een moderne infrastructuur gecreëerd die niet alleen op één plek verschillende disciplines met elkaar in interactie laat gaan maar ook de kwaliteit van de opleiding en de service en de internationale competitiviteit van de hogeschool verzekert.

Voor de inrichting van het campusgebouw werd teruggegrepen naar de architectuur van het voormalige industriegebouw, waarbij een heterogene ruimte met verschillende sferen werd gerealiseerd, ook wat de verlichting betreft. Het lichtconcept speelt in op dit heterogene karakter. Ze stelt zich niet echt tot doel om een gelijkmatige helderheid te verspreiden maar wil door de opstelling van de armaturen in ruimtelijke zones een discours tussen licht en donker tot stand brengen. Daarbij laat de lichtoplossing zich even vlot transformeren als de Toni-site zelf. Enerzijds creëert ze ideale lichtverhoudingen om te leren en te communiceren, anderzijds ondersteunt ze de creatieve atmosfeer en biedt ze studenten het juiste licht voor hun expositieruimtes.

De sleutelrol bij de realisatie van deze lichtoplossing is in handen van een modulair armatuursysteem dat beantwoordt aan de hoge eisen op het vlak van flexibiliteit en individualiseerbaarheid: TECTON, dat met zijn veelzijdigheid, compatibiliteit en uitbreidbaarheid met één en hetzelfde systeem complexe functies en verschillende verlichtingstaken kan vervullen. De basis van het lichtlijnsysteem wordt gevormd door een draagrail met een geïntegreerd 11-polig stroomgeleidingsprofiel. Alle functies zoals de stroomvoorziening, de lichtsturing en de koppeling aan het veiligheidslicht zijn in deze multifunctionele draagrail geïntegreerd. Zo werden voor de verlichting van de 1.400 auditoria, seminarieruimtes en leslokalen meer dan 33 kilometer TECTON-rails geïnstalleerd.

Op de piekmomenten werkten meer dan 600 elektriciens op de werf, onder andere om de meer dan 5.500 TECTON-lichtlijnarmaturen te installeren. Naargelang van de behoefte werden verschillende optieken of rasters gebruikt die bij gewijzigde eisen aan de lichtoplossing ook probleemloos vervangen of aangevuld kunnen worden.

Zumtobel. Het licht.

share it


Lichtoplossing
Economische Universiteit in Wenen
Wenen, Oostenrijk
Bouwheer: Projektgesellschaft Wirtschaftsuniversität Wien GmbH, Wenen (AT); Library and Learning Center (LLC): BIG Bundesimmobiliengesellschaft mbH, Wenen (AT)
Architect: LLC: Zaha Hadid Architects, Hamburg (DE)
Lichtstudie: LLC: Arup, Lighting Design, Berlijn (DE)
Elektrostudie: LLC: Vasko + Partner Ingenieure, Wenen (AT)
Elektro-installatie: ARGE KM/E (Klenk&Meder / EMC), St. Pölten (AT)
De Economische Universiteit in het Grüne Prater is niet alleen één van de grootste nieuwbouwprojecten van Wenen, maar ook een mijlpaal in het Oostenrijkse vormingslandschap. De gehele universiteit, die in samenwerking met de Bundes immo biliengesellschaft opgericht werd, is als campus ontworpen en omvat verschillende gebouwen. Bij de planning werden zes architectenbureaus van over de hele wereld betrokken: Zaha Hadid met haar kantoor uit Hamburg, Peter Cook van de Londense Crab Studio, het kantoor NO.MAD Arquitectos uit Madrid, de Catalaanse Carme Pinós, de Japanse architect Hitoshi Abe evenals Laura Spinadel van het Weense kantoor BUS. Het resultaat, ongebreideld en gevarieerd, is een speelweide van hedendaags architectuur.

Campus van de kennis
Centrum van de ongeveer negen hectare grote campus is het Library & Learning Centre (LLC) van Zaha Hadid. Met haar puntige hoeken en gedurfde lijnen doet het expressieve gebouw, dat zich aan de voorzijde ver over het voorplein helt, niet zomaar aan een futuristische commandocentrale denken. Ook binnen domineert de esthetiek van een ruimteschip met dramatisch schuin afgewerkte wanden, afgeronde kanten en lange, slanke loopplanken, die zich van het ene uiteinde van de ruimte tot het andere uitstrekken. Geflankeerd wordt het LLC door meestal zwart-witte, sobere kantoor- en instituutgebouwen. Opvallend daarentegen het in cortenstaal gehulde Teaching Center (TC) en ook de rode-oranje-gele instituutcluster van Peter Cook.

Het heterogene handschrift van de zes ontwerpende architecten was ook een uitdaging voor de lichtdesigners. Want enerzijds kwam het erop aan, het lichtconcept aan de betreffende architectonische geest aan te passen, dan al eens rustiger en dan al eens levendiger te maken, maar anderzijds moest het aantal producten met het oog op een eenvoudig en efficiënt Facility Management tot een minimum herleid worden. In totaal werden er ongeveer 12.000 armaturen – waaronder pendelarmaturen, verborgen gewelfarmaturen en talrijke individuele lichtoplossingen – en tevens zeven kilometer aan lichtbanden gebruikt.

De gehele campus, die momenteel zowat 23.000 studenten en 1.500 medewerkers herbergt, werd als zogenaamde Green Building opgericht. Daartoe behoort ook de inrichting met efficiënte en duurzame lichtproducten zoals bijvoorbeeld de lichtlijn SLOTLIGHT II, het pendelarmatuur CLARIS II en LED armaturen van de serie PANOS INFINITY. De complete verlichting wordt in alle gebouwen via een gezamenlijke bussturing beheerd, waarbij er in de trappenhuizen en sanitaire installaties bewegingsmelders gebruikt worden en er in de kantoren een van het daglicht afhankelijke lichtsturing aanwezig is. In vergelijking met traditionele oplossingen verbruikt deze combinatie tijdens een doorlopend gebruik beduidend minder energie.

Bijzonderheid van de opdracht: Zumtobel fungeerde bij dit project niet alleen als handels- en leveringsbedrijf, maar was – in de vorm van een werkgemeenschap (ARGE) met vier elektrobedrijven – ook voor de complete montage verantwoordelijk.

Zumtobel. Het licht.

share it


Lichtoplossing
:envihab Deutsches Zentrum für Luft- und Raumfahrt
Keulen, Duitsland
Bouwheer: Deutsches Zentrum für Luft- und Raumfahrt, Köln (DE)
Architect: Grass Kramer Löbbert und Prof. Uta Graff Architekten, Berlin (DE)
Lichtstudie: Carpus + Partner AG, Hattersheim (DE)
Elektrostudie: Carpus + Partner AG, Hattersheim (DE)
Elektro-installatie: R+S Solutions GmbH, Radebeul (DE)
Lichtkonzept: Schlotfeldt Licht, Berlin (DE)
In de nieuwe onderzoeksfaciliteit «:envihab» toetst het DLR-Instituut voor Lucht- en Ruimtevaartgeneeskunde naast de gevolgen van de gewichtloosheid ook het fysiologische effect van het licht op de mens. Voor reizen door het heelal zijn beide aspecten niet oninteressant.

Pal naast de luchthaven van Keulen beginnen de oneindige wijdten van het heelal – lanceerplatforms zijn hier echter niet te vinden want de reizen door de omloopbaan en ver daarbuiten vinden plaats vanop de grond. Hier bij het Instituut voor Luchten Ruimtevaartgeneeskunde van het Duits Centrum voor Luchten Ruimtevaart wordt gesimuleerd, welke gevolgen een langer durend verblijf aan boord van een ruimtevoertuig heeft. Vooral de gewichtloosheid en complexe fysiologische veranderingen – zo bijvoorbeeld spier- en botatrofie – staan bij de onderzoekers centraal.

Leren van het heelal

Voor dergelijk onderzoek staat niet alleen een volledig nieuw onderzoekslandschap ter beschikking dat „:envihab” beschermt door een lang uitgestrekt, zwevend bouwlichaam met witte, geperforeerde gevel, recht tegenover het oude gebouw van het instituut op het DLR-terrein. „:envihab” staat voor „environment” en „habitat”, hier lopen onderzoeken zoals het „Bedrustonderzoek”, een maximaal drie maanden durende test die van de proefpersonen slechts één ding verlangt: in bed te blijven. Deze richtlijn is zo strikt, dat de proefpersonen om te douchen via een speciaal ligbed naar een ander bed overgebracht worden. En steeds bevindt het hoofd zich lager dan de benen, het ligvlak heeft een helling van zes graden – deze positie is in het bijzonder geschikt om gewichtloosheid te simuleren, aldus de onderzoekers.

Alleen voor deze „bedrustonderzoeken” staan er bij „:envihab” twaalf proefpersoonkamers ter beschikking, uitgerust met de vermelde ligdoucheruimten, speciale weegschalen, een complete keuken en een gemeenschappelijke ruimte. Die is weliswaar niet noodzakelijk om continu plat te liggen, maar wel voor het onderzoek naar de effecten van isolatie op groepen die een lange reis door het heelal simuleren.

In het slaap- en fysiologielaboratorium van „:envihab” gaat het ook om zeer aardse thema’s. Zo onderzoekt men hier bijvoorbeeld de gevolgen van ploegenarbeid, slaapgebrek of onregelmatige arbeidstijden – en de invloed van het licht. Het circadiaan ritme van het daglicht definieert de waak- en slaapfasen van de mens – receptoren in het netvlies registreren de verandering van kortegolflichtaandelen en sturen via de afscheiding van melatonine de vermoeidheid. In de slaaplaboratoria kan dit ritme doelgericht opgeschort of al helemaal onderbroken worden – en kunnen daarbij de gevolgen voor de toestand, de gezondheid en het prestatievermogen waargenomen worden. Het daarvoor noodzakelijke diffuse en variabele licht leveren de met LED’s uitgeruste lichtplafonds in de voor de proefpersonen bestemde ruimten, maar ook daar waar de testpersonen met de positronemissietomograaf (PET-MRT) onderzocht worden.

Samen met het DLR-instituut heeft Zumtobel het modulaire lichtplafond ontwikkeld, waarvan de CIELOS LED-elementen via een LITENET-sturing zowel lichtkleuren als luminanties exact en dynamisch kunnen produceren. Zodoende kan er traploos en zonder flikkering tot een minimale helderheid gedimd worden en kan het RGB-spectrum willekeurig gevarieerd worden. Geringe opbouwhoogte, duurzaamheid en onderhoudsaspecten waren nog andere argumenten voor een lichtplafond in LED-versie.

De conclusies van deze circadiane onderzoeken dienen niet alleen om de wisselwerking tussen licht en gevoeligheid resp. prestatievermogen te bestuderen, maar ook duidelijk aan te geven, hoe licht geconditioneerd moet zijn om gevaarlijke vermoeidheid op de werkvloer te voorkomen of om de gevolgen van een jetlag te verlichten.

„:envihab” bestaat evenwel niet alleen uit het slaap- en fysiologielaboratorium: in totaal acht onderzoeksmodules worden onder één gezamenlijk dak gegroepeerd. En dat is al helemaal letterlijk te nemen, want de architectuur is op het huis-in-huis principe gebaseerd. Alle modules en het grote auditorium staan als afzonderlijke volumes onder de dakconstructie die het effect van het gebouw naar buiten toe bepaalt en eigenlijk meer dan een dakis. Want in de stalen draagconstructie bevindt zich de complete technische infrastructuur van het gebouw. Een kunstgreep want zo blijkt het 3.500 vierkante meter grote interieur eerder atypisch voor onderzoek opgeruimd en duidelijk ingedeeld te zijn.

„:envihab” staat ook voor een nieuw zelfbesef van het onderzoek – ging men tot nu toe liever in louter functionele instituten voor wetenschappelijk onderzoek aan het werk, zo speelt de public relations vandaag de dag een steeds grotere rol. Naast het uiterlijke aspect komt deze paradigmawissel vooral in het binnenste gedeelte tot uiting. Zo geraakt men van de gelijkvloerse ingang via een brede en aangenaam vormgegeven neerwaartse trap in de royale entree. Met haar 150 zitplaatsen grote auditorium en de uitgebreide keukenvoorzieningen is het uiterst geschikt voor externe evenementen. Hoewel onder het grondniveau liggend, verrast het hele binnenste gedeelte door zeer veel daglicht – daarvoor zorgen meer nog dan de glazen gevel de in totaal zes lichthallen die het gebouw op verschillende plaatsen verticaal doordringen en zodoende de verbinding met de hemel daarboven tot stand brengen – helemaal in de zin van het centrale DLR-thema dat de architecten hier handig interpreteerden.

Gezien het gevoelige karakter van fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, kan deze zone door middel van een scheidingswand opgesplitst worden. Maar omdat het volume van glas is, blijft de ruimtelijke beleving bewaard. Zo bevindt er zich in het centrum een cilindrische module met een massieve betonnen wand, in wier binnenste gedeelte een centrifuge met korte armen draait. Met behulp daarvan wordt bestudeerd, of toegenomen zwaartekracht doelgericht als tegenmiddel tegen de risico’s van gewichtloosheid voor de gezondheid gebruikt kan worden. Aanvankelijk op een langdurig verblijf in het heelal gebaseerd, leiden de resultaten ook tot nieuwe bevindingen op het gebied van osteoporose, spieratrofie of hart- en vaatziekten.

Zumtobel. Het licht.

share it


Lichtoplossing
CMP – Center for Mobile Propulsion
Aken, Deutschland
Bouwheer: Bau- und Liegenschaftsbetrieb NRW, bedrijfskantoor Aken (DE)
Architect: Lepel & Lepel Architektur Innenarchitektur, Keulen (DE)
Lichtstudie: a•g Licht GbR, Bonn (DE)
Elektrostudie: ZWP Ingenieur-AG, Keulen (DE)
Een nieuw onderzoeksgebouw met vereisten die nauwelijks nog meer uiteenlopend zouden kunnen zijn: deze taak hebben de architecten Lepel & Lepel uit Keulen met hun ontwerp voor het onderzoekscentrum ter bestudering en voor de verdere ontwikkeling van motorentechniek voor de RWTH Aken (Rijnlands-Westfaalse Technische Hogeschool Aken) optimaal vervuld. Van meet af aan opteerden de ontwerpers voor een ruimtelijke scheiding van de functies „Onderzoek” en „Administratie/onderwijs”. Ze ontwierpen twee contrasterende bouwlichamen, die hun uiteenlopende toepassingen in de ruimtelijke en technische opleiding weerspiegelen. Het rond gevormde administratiegebouw met z-vormige plattegrond biedt een maximum aan flexibiliteit op het gebied van het interieur. Omdat men vandaag de dag al weet dat de aan de administratie en aan het onderwijs gestelde eisen in de toekomst kunnen veranderen, laat de door een grote spanwijdte gekenmerkte constructie uiteenlopende ruimtelijke indelingen toe. De meelopende gevelbanden accentueren de horizontale structuur en universele bruikbaarheid van het gebouw. Door de verdiepinghoge beglazing dringt er langs alle kanten veel daglicht in de interieurs binnen en wordt zodoende voor een gelijkmatige verlichting van de kantooroppervlakten gezorgd.

Voor de bijkomende verlichting van de werkvloeren met kunstlicht zochten de architecten naar een oplossing die enerzijds de gewenste flexibiliteit bij de ruimtelijke indeling ondersteunt en anderzijds bij de formele, afgeslankte vormgeving van het gebouw past. Samen met de firma Büro a∙g Licht uit Bonn vond men met ECOOS een product dat zo goed mogelijk aan alle vooropgestelde criteria voldeed. Naast de hoogstaande lichtkwaliteit overtuigden de opdrachtgevers vooral ook de op langere termijn lagere exploitatiekosten. Compleet tegenovergesteld presenteert zich het motorenkeuringscentrum als een introvert, lang uitgestrekt bouwlichaam van een fabriekshal. De gevel van donker ingekleurd sierbeton met enkel smalle venstergleuven onderstreept deze signatuur. Het interieur is strikt georganiseerd, gestructureerd en aan de ruimtelijke en technische voorwaarden van de proefbanken aangepast. Ondanks de smalle lichtsleuven, waardoor het interieur langs buiten niet in te kijken is, geraakt er via lichtbanden in het dak voldoende daglicht in de twee etages tellende fabriekshal. Een optimale werkplekverlichting en oriëntatie garandeert bovendien het lichtbandsysteem TECTON. Beproefd bij het industriële gebruik verenigt TECTON alle hier benodigde elementen: de beste lichtkwaliteit zelfs op grote hoogten, flexibiliteit bij het gebruik van de ruimte, hoge efficiëntie en gemakkelijk onderhoud.

Een bijzonderheid is terug te vinden in het geavanceerde energieconcept: de enorme, bij de proefruns met de motoren ontstane afvalwarmte kan voor de verwarming van de gebouwen bruikbaar gemaakt worden. Een vooruitziend uitgangspunt voor een zinvol hergebruik van energie dat de mens en het milieu ten goede komt.

Zumtobel. Het licht.

share it


Lichtoplossing
Peter Doherty Institute
Melbourne, Australië
Bouwheer: The University of Melbourne, Melbourne (AU)
Architect: Grimshaw Billard Leece, Melbourne (AU)
Lichtstudie: S2F/SKM, Melbourne (AU)
De University of Melbourne is officieel Gold Sponsor van de Green Building Council Australia die reeds sinds haar oprichting in 2002 aan ecologisch vooraanstaande projecten de in het hele land felbegeerde „Green Stars” toekent. Het is een onderdeel van het beleid van de universiteit, met elke sanering en iedere nieuwbouw op de universiteitscampus de GreenStar-certificering na te streven. Het onlangs afgewerkte Peter Doherty Institute dat op het zuidelijke halfrond als enig onderzoeksinstituut van haar soort geldt, werd met de vijf sterren „Green Star” onderscheiden.

„In een complex laboratoriumgebouw zoals dit is het stroomverbruik vijf tot tien keer hoger dan in een traditioneel kantoorgebouw”, zegt Chris White, Executive Director of Property and Campus Services aan de University of Melbourne. „Daarom is het bij dit bouwwerk zeer belangrijk, een beslissende bijdrage tot de besparing van energie en ressources te leveren.” Het resultaat is een tien verdiepingen tellend hightech-gebouw met 25.000 vierkante meter aan nuttige oppervlakte, kracht-/warmtekoppeling, gebruik van grijs water en daklandschap met groenvoorziening. Het Peter Doherty Institute is zodanig geconstrueerd, dat het ruim 50 % minder stroom dan een gelijkaardig aangelegd object van een vergelijke grootte verbruikt.

De ontwerpers achter dit uiterst efficiënte bouwwerk dat aan de op de zon gerichte noordkant met een dubbelwandige gordijngevel bekleed is, zijn de internationaal agerende Grimshaw Architects in samenwerking met de in onderzoeks- en gezondheidsinstellingen gespecialiseerde Academie Billard Leece. Van qua productie intensieve materialen zoals aluminium werd zoveel mogelijk afstand gedaan, in plaats daarvan werd bij de bouw FSC-gecertificeerd hout met een waarde van 5,2 miljoen Amerikaanse dollars geïntegreerd. Bovendien maximaliseert de constructie zoveel mogelijk het gebruik van daglicht, wat in bepaalde laboratoria niet het geval is. De strenge eisen op enkele afdelingen vereisten een ruime mate aan preventie van daglicht. Er werd dan ook beroep gedaan op 2.000 bureaulampen MILD LICHT V. Met 1,25 watt en 100 lux per vierkante meter zijn de inbouwarmaturen zodanig geconfigureerd en gepositioneerd, dat de indruk van fel, door dakramen vallend zonlicht tot stand komt. Want voor de zowat 700 onderzoeksters en onderzoekers die aan het „Doherty” werken, is het noodzakelijk, voor de best mogelijke, aangename en de concentratie en motivatie bevorderende arbeidsomstandigheden te zorgen.

Op de overige afdelingen van het „Doherty” werden er stemmige, harmonische lichtbronnen gebruikt. De uitdaging lag erin, licht en schaduw te begrenzen om de vloeiende geometrie centraal te stellen en het visuele effect van de organisch gevormde houten ribben te verstevigen. Er werden uitsluitend natuurlijke materialen gebruikt. Lineair geplaatste armaturen beklemtonen de organische vormen die voor een evenwicht tussen het sobere en doelmatige design van de laboratoria zorgen.

Zumtobel. Het licht.

share it


Lichtoplossing
Manillaskolan
Stockholm, Zweden
Bouwheer: Akademiska Hus, Solna (SE)
Architect: Metod Arkitekter AB, Uppsala (SE)
Lichtstudie: MIAB/Tyréns AB Simon Baczkowski, Stockholm (SE)
Elektrostudie: MIAB/Tyréns AB Simon Baczkowski, Stockholm (SE)
Elektro-installatie: Ohmegi Elektro AB, Sollentuna (SE)
»Manillaskolan« is de oudste onderwijsinstelling van deze aard in Zweden. Ze werd in 1809 opgericht door Pär Aron Borg en was tot 2013 in een historisch gebouw uit 1864 op het ten oosten van Stockholm gelegen eiland Djurgården ondergebracht. De leerlingen werden vroeger uitsluitend in de door Borg voor Zweden ontwikkelde gebarentaal onderwezen. De inhoudelijke focus lag op religie en ambachtelijke vaardigheden maar ook taal en literatuur, rekenen, geografie en natuurwetenschappen kwamen aan bod. Voortgezet onderzoek en de technologische ontwikkelingen van de voorbije jaren hebben echter almaar meer tot een tweetalige vorm van onderwijs geleid. Veel gehoorlozen kunnen vandaag met behulp van hoorapparaten en specifieke hoor- en spraakopvoeding de gesproken taal aanleren. Dit heeft een zeer grote invloed op de huidige en toekomstige inrichting van de leslokalen. Terwijl akoestiek in het verleden geen enkele rol speelde, wordt deze met de nieuwe lesmethoden almaar belangrijker.

Ook de verlichting krijgt in dit verband een belangrijke functie. Een gelijkmatige en verblindingvrije verlichting van de klaslokalen ondersteunt het onderwijs in gebarentaal. Een nog belangrijker aspect is dat de drivers van de armaturen absoluut geruisloos moeten zijn omdat het anders tot interferenties met de hoorapparaten zou komen. Na diverse tests met verschillende producten bleek dat LIGHT FIELDS LED de enige armatuur was die aan al deze eisen kon voldoen.

Manillaskolan is nu ondergebracht op een nieuwe locatie in het centraal gelegen stadsdeel Kungsholmen. Hier ontstond in de voorbije jaren een eigen campus voor verschillende scholen en bijzondere onderwijsinrichtingen in de voormalige gebouwen van de universiteit van Stockholm. Al voor de verbouwing hadden leerlingen, lereaars en ouders de mogelijkheid om proefklaslokalen te bezoeken en om er over hun verwachtingen en noden te spreken. Zo hebben de leerlingen vandaag talrijke moderne faciliteiten ter beschikking die optimaal aan hun specifieke behoeften zijn aangepast.

Zumtobel. Het Licht.

share it


Lichtoplossing
Reykjavik University
Reykjavik, IJsland
Bouwheer: EFF, Reykjavik (IJS)
Architect: Henning Larsen Architects, Kopenhagen (DK); ARKIS Architects, Reykjavik (IJS)
Lichtstudie: VERKIS, Reykjavik (IJS)
Elektro-installatie: Rafmiolum hf, Reykjavik (IJS)
Scandinavische transparantie

Halfweg tussen de gevestigde Europese en Noord-Amerikaanse wetenschapscentra ontwikkelt Reykjavik University zich stilaan tot een nieuw topadres voor onderzoek en technologie. Ook het architectonische concept verdient aandacht: de verschillende vakgroepen groeperen zich stervormig rond een cirkelronde ontsluitingshal. Door de waaiervormige opening wordt het strand- en boslandschap van de omgeving mee in de campus geïntegreerd. Zo kunnen niet alleen alle ruimtes genieten van de unieke kwaliteit van de natuurlijke omgeving, maar worden ze ook optimaal door daglicht verlicht en opgewarmd – een eerste belangrijk aspect voor de duurzaamheid van het gebouw waarin innovatieve technologie niet alleen beleefd wordt maar ook het voorwerp van studie is.

Voor het grootste deel van het gebouw ontwierpen de ingenieurs een plafondsysteem uit geperforeerde plaatlamellen waarin ook de verlichting moest worden geïntegreerd. Om de veelvuldige eisen zo goed mogelijk te kunnen vervullen, schreef de bouwheer een wedstrijd uit. Het overtuigende argument van Zumtobel: ondanks de geringe afmetingen en met volledige inachtneming van de eisen op het vlak van verblindingsbegrenzing kon het rendement van de T5-armatuur in vergelijking met de standaard technologieën met meer dan 15 procent worden verbeterd. Daarvoor tekenen translucide zijreflectoren, geoptimaliseerde minirasters en een optimale lampbedrijfstemperatuur verantwoordelijk. Ook op vlak van inrichting scoort de armatuur goede punten door haar modulaire opbouw waardoor ze kan inspelen op de sterk uiteenlopende visuele taken in de auditoria, seminarieruimtes, kantoren, bibliotheken en doorgangszones – gemonteerd op een draagprofiel, als wandfloodlight of in een vrij stralende versie.

De LUXMATE licht- en jaloeziesturing LITENET werd voor de bijzondere plaatselijke lichtverhoudingen met de gedurende vele uren vlak naar binnen stralende noorderzon verder ontwikkeld. Zo werden de hoge efficiëntie en het maximale comfort gekoppeld aan de mogelijkheid om flexibel en met minimale middelen op wijzigingen in het gebruik van een ruimte te kunnen inspelen. De meeste armaturen werden geleverd met zogenaamde Dimming On Demand (DOD) voorschakelapparaten. Zodoende konden bij het grote aantal armaturen aanzienlijke kosten worden uitgespaard.

Zumtobel. Het licht.

share it


Lichtoplossing
EPFL Rolex Learning Center
Lausanne, Zwitserland
Bouwheer: Losinger Construction SA, Bussigny (CH)
Architect: SANAA, Tokio (JP)
Elektrostudie: Scherler SA, Le Mont/Lausanne (CH)
Elektro-installatie: ETF, Bulle (CH)
Levendig ruimtelijk landschap

Het door SANAA ontworpen paviljoen met zijn doorschijnende membranen en ronde patio’s is het nieuwe hart van de universiteitscampus van de École Polytechnique Féderále de Lausanne. Op een oppervlakte van 17.000 m² verenigt het een grote bibliotheek, vergaderruimtes, werkplekken voor studenten, kantoren voor wetenschappelijke onderzoekers, cafés, een toprestaurant, een boekenhandel, een multifunctioneel auditorium en – typisch Zwitsers zeker – een bankfiliaal. Voor de met de Pritzker prijs bekroonde architecten ging het echter om veel meer dan het ter beschikking stellen van functionele ruimtes. De nieuwbouw moest de interdisciplinaire uitwisseling tussen wetenschappers bevorderen, vooral echter moest hij de positionering van de EPFL in het globale researchlandschap ondersteunen.

 

Het gebouw bestaat in feite uit één enkele grote ruimte die met zijn losjes geïntegreerde functionele delen een enorme openheid uitstraalt. De levendige topografie van vloer en plafond resulteert in een fascinerend ruimtelijk landschap, met een zone-indeling aan de hand van verschillende lichtstemmingen. Daarbij verandert het plafond niet alleen met het daglicht, maar straalt het ook het kunstlicht terug de ruimte in. Het gebouw is gecertificeerd volgens de Minergie norm en omwille van de grootte van het gebouw en de voorkeur van SANAA voor een indirecte verlichting waren armaturen met een zeer hoog rendement nodig.

Om de diverse, sterk verschillende lichtsituaties met één enkel inrichtingselement te kunnen afdekken, werden de speciaal ontwikkelde armaturen als individuele armatuur of in een constellatie met twee of drie gemonteerd. De kantelbare klem maakt verschillende hoeken tot het diffuus reflecterende plafond mogelijk. In veel van de in totaal 282 projectspecifieke armaturen werd, naast een HIT halogeenmetaaldamplamp van 35 Watt met een bijzonder IOS-reflectorsysteem, een extra halogeenlamp van 100 Watt als noodlicht ingebouwd. In de lobby en de ontvangstruimte zorgen LED-plafondinbouwarmaturen en elegante lichtlijnen zowel voor extra functioneel licht als voor decoratieve accenten. In de als ronde cellen ingerichte kantoren creëren minimalistische staanlampen een aangename werksfeer.

Zumtobel. Het licht.

share it


Lichtoplossing
Universiteitscentrum Tomáš Bata
Zlín, Tsjechië
Bouwheer: Tomáš-Bata-Universität, Zlín (CZ)
Architect: Al Design s.r.o. und Eva Jiricna Architects, Praag (CZ)
Plezier beleven aan leren

Het nieuwe universiteitscentrum van de Tomáš-Bata-Universiteit in Zlín staat symbool voor de investeringen van de stad in haar burgers en hun toekomst – en is een passende hommage aan de visionaire idealen van de filantroop en industrieel die er zijn naam aan gaf.

De ongewone indeling van het gebouw berust op twee sikkelvormige bouwlichamen waarin leeszalen, studeerkamers en een boekenarchief zijn ondergebracht. Daartussen bevindt zich een uitgestrekt, van boven uit verlicht atrium dat ruimte voor ontspanning biedt. De trappenhuistoren aan de beide uiteinden van de gebogen voorgevel vormen de belangrijkste verticale verbinding tussen de aan beide zijden van het atrium lopende gaanderijen en geven aan het gebouw een zeker overzicht en rationaliteit. Deze voor architecte Eva Jiřičná typische, transparante structuur en de grote mate van functionaliteit worden ook in het verlichtingsconcept weerspiegeld.

De duidelijke lijnen van het gebouw worden door even duidelijke, door de ruimtes lopende SLOTLIGHT lichtlijnen beklemtoond. Ook de vaak in scholen toegepaste CLARIS II wist met haar rustige, geometrische vormtaal te overtuigen. In het centrale atrium is deze armatuur als lichtlijn met een totale lengte van 54 m opgenomen. Door middel van direct en indirect licht wordt in de hele ruimte een gelijkmatige, warme en diffuse lichtstemming gecreëerd. In de overige hoofdvertrekken werden SLOTLIGHT en MIREL II lichtsystemen aangebracht om het door het atrium gereflecteerde licht aan te vullen. En ook in de bibliotheken en computerlokalen zorgen tot architectonisch sterke lichtlijnen verbonden MIREL II rasterarmaturen voor een gelijkmatige, verblindingvrije verlichting.
Voor het accentueren van de kanten en lijnen langs de vensters en rondgaande zones zijn fluorescentielampen in plafonds en wanden ingewerkt om de sculpturale architectuur te versterken. De Tomáš-Bata-Universiteit is een richtinggevend voorbeeld voor de integratie van de verlichting in het inrichtingsconcept.

Zumtobel. Het licht.

share it


Lichtoplossing
Royal Northern College of Music
Manchester, Engeland
Bouwheer: Royal Northern College of Music, Manchester (GB)
Architect: MBLA Architects + Urbanists, Manchester (GB)
Elektrostudie: Gifford and Partners, Manchester (GB)
Etalage voor de muziek

De markante nieuwbouw van het Royal Northern College of Music in de binnenstad van Manchester valt op. In elkaar gezette kubussen tonen een monumentale geometrie die in tegenspraak lijkt te zijn met de bestemming van het gebouw – de lichtheid van muziek. Het zeer gelimiteerde grondoppervlak werd optimaal benut door een akoestische buffer tegen het verkeerslawaai in te voegen die tegelijk als etalage voor het College dienst doet. Voor extra aandacht zorgt de verlichting met kleurvariabele downlights, die van de ruimte een lichtgevende box met spectaculaire kleurenwissels maakt en zo de belangstelling van voorbijgangers opwekt. De verlichting wordt binnen aangevuld door het vlak in het plafond gemonteerde lichtkanaalsysteem LIGHTTOOLS met vier verschillende verlichtingselementen: spot, downlight, langwerpige armatuur en wallwasher.

In nagenoeg alle ruimtes laten grote venstervlakken en lichtkoepels het daglicht royaal naar binnen stromen. Wanneer dit niet volstaat, wordt via het lichtmanagementsysteem kunstlicht bijgevoegd. Samen met de vriendelijke kleuren en ergonomische meubels worden zo belevingsruimtes voor gemotiveerd leren gecreëerd: flexibel en comfortabel en tegelijk zeer spaarzaam in het gebruik van natuurlijke grondstoffen.
Volgens Craig Jackson van Gifford and Partners, de technische adviseur bevoegd voor de lichtspecificatie, had de akoestisch veeleisende omgeving een directe impact op de lichtplanning. “De armaturen moeten stabiel zijn en mogen geen componenten bevatten die door het geluid van de instrumenten te sterk vibreren", aldus Jackson. Deze bijzondere uitdaging werd opgelost met de inbouwarmatuur LIGHTFIELDS, die dankzij de speciale micropiramideoptiek een uiterst gelijkmatig, verblindingvrij licht levert en zo de jonge talenten in hun concentratie ondersteunt.

Zumtobel. Het licht.

share it


Lichtoplossing
KHBO – Katholieke Hogeschool
Brugge, België
Bouwheer: KHBO, Katholieke Hogeschool, Brugge Oostende (BE)
Architect: Tijdelijke Vereniging S.A.R. – De Vloed, Heusden-Destelbergen (BE)
Elektrostudie: Studiebureau De Klerck Engineering, Brugge (BE)
Elektro-installatie: Electro Entreprise NV, Gullegem (BE)
Een signaal geven

Met haar nieuwbouw geeft de Katholieke Hogeschool Brugge een architectonisch signaal vol tegenstellingen. Aan de straatzijde toont het gebouw zich gesloten met één enkele vensteropening in het studiegedeelte, de kant naar de campus toe is daarentegen ongewoon open. Door de combinatie van staal, glas, beton en hout ontstaan hier boeiende tegenstellingen. Tegelijk biedt de modulaire aanpak de mogelijkheid om ook in de toekomst te blijven inspelen op nieuwe studievereisten.

Het atrium werd ingericht als een driedimensionale ontmoetingsruimte met brede trappen, open gaanderijen en zithoeken en studie-eilanden. De architecten kozen daarbij voor een overwegend indirecte verlichting van het hele gebouw. Het spiegelprojectiesysteem MIROS biedt hiervoor een architectonisch hoogwaardige en lichttechnisch optimale oplossing om de soms 10 meter hoge ruimtes gelijkmatig en verblindingvrij te verlichten. Het warme licht van deze armatuur staat in prikkelend contrast met de eerder koele architectuur in beton en glas. Koen De Klerck vat samen: “Met licht, zowel functioneel als atmosferisch licht, hebben we geprobeerd om de architectuur en de omgeving van het hele gebouw nog te versterken. Daarbij waren zowel de flexibiliteit als het onderhoudsaspect belangrijk.” Het spiegelprojectiesysteem wordt als een deel van de gebouwconstructie ingezet en ook in de twee auditoria en de cafetaria gebruikt.

De weg doorheen het atrium leidt naar de college- en seminarieruimtes die in drie markante blokken zijn ondergebracht. De lesruimtes worden royaal verlicht met vlak in het plafond ingebouwde MIREL inbouwarmaturen. Een speciaal geconcipieerd profiel met indirect licht dompelt de doorgangszones in een aangenaam, verblindingvrij licht onder.

Zumtobel. Het licht.

share it


Lichtoplossing
Hogeschool Gent – Campus Schoonmeersen
Gent, België
Bouwheer: Hogeschool Gent, Campus Schoonmeersen (OLC), Gent (BE)
Architect: cv baro, Gent (BE)
Elektro-installatie: Technum, Sint-Denijs-Westr (BE)
Goede punten voor de lichtoplossing van Zumtobel

Het jongste voorbeeldproject van de Hogeschool Gent werd ontworpen door de architecten van het bureau cv baro. De Campus Schoonmeersen herbergt naast talrijke woningen ook meerdere cafetaria en het sportcentrum van de Hogeschool.

In grote delen van het gebouwencomplex kozen de bouwheren voor het lichtlijnsysteem TECTON. Uitgerust met hoogwaardige comfortrasteroptieken zorgt deze lichtlijn in klaslokalen en auditoria maar ook aan de receptie en in de bibliotheek voor aangename lichtverhoudingen. Al deze ruimtes werden uitgerust met gependelde akoestische plafondeilanden. Daarom zou het moeilijk en vooral esthetisch onverantwoord geweest zijn om hier klassieke inbouwarmaturen in te zetten. Het flexibele lichtlijnsysteem TECTON presenteert zich als het ideale alternatief. Zoals de akoestische plafonds kan ook het draagrailsysteem gependeld worden, waardoor de armaturen nu perfect bij de architectuur passen.

Nog een argument voor TECTON is de elfpolig bedrade stroomrail: de geïntegreerde DALI-busleiding wordt gebruikt om de armaturen in bibliotheek en cafetaria daglichtafhankelijk te sturen. Het resultaat is een lichtoplossing die de klok rond voor aangename lichtstemmingen zorgt en tegelijk het energie-verbruik duidelijk reduceert. Om ook de onderhoudskosten zo gering mogelijk te houden, werden de inkomzone en de vijf meter hoge gangen uitgerust met spiegelprojectiesystemen. De hier ingezette spots konden zo op een bereikbare hoogte geïnstalleerd worden, wat de benodigde tijd voor het vervangen van lampen tot een minimum beperkt.

Heel anders wordt het beeld in het cafetaria. Moderne meubels en groene doorschijnende stoelen zorgen hier voor een speels accent, ook dankzij de ingezette halreflectorarmatuur COPA D. De grote overkapping die de voetgangersweg tussen de twee gebouwen van Campus Schoonmeersen omsluit, wordt verlicht met hogedrukhalogeenspots en met de vochtbestendige lichtbalk RAIN.

Zumtobel. Het licht.

share it


Lichtoplossing:
Cooper Union
New York, Verenigde Staten
Bouwheer: The Cooper Union for the Advancement of Science and Art, New York (US)
Architect: Morphosis Architects, Los Angeles, New York (US)
Lichtstudie: Horton Lees Brogden Lighting Design, Los Angeles (US)
De meteoriet van Manhattan

Als een metalen monoliet, zo staat het nieuwe hogeschoolgebouw van Cooper Union in het New Yorkse East Village. De opzienbarende architectuur van Pritzker prijswinnaar Thom Mayne heeft een al niet minder boeiend lichtconcept. Bij daglicht schemert de monoliet naargelang het weer in zacht wit tot metallic antracietgrijs, ’s nachts licht hij zacht van binnenuit op.

Het werk van deze Californische architect polariseert de New Yorkers, het doorbreekt gangbare conventies en is zijn tijd vooruit. Zo laat hij bij wijze van provocatie de lift slechts in drie van de negen etages halt houden. Hiermee stuurt de architect ook de laatste studenten en bezoekers naar het trappenhuis, diegenen die al niet eerder door de adembenemende architectuur hiernaartoe gedreven werden. Het gigantische wervellichaam trekt doorheen alle verdiepingen en opent zich daar voor het hemelgewelf. Door een groot raam in het dak stroomt daglicht tot in het gelijkvloers naar binnen.
Zo heerst er in de bovenste etages een blauwachtig daglicht dat zich naar onderen toe met het almaar warmere kunstlicht van de VIVO spots vermengt.

In andere delen van het gebouw wordt het lichtconcept gestuurd door de concrete functies. Zo worden in de laboratoria dubbel zoveel lampen ingezet als in de seminarieruimtes zodat de fijnste kleurverschillen en details makkelijker kunnen worden herkend. In de seminarieruimtes en ook in heel wat laboratoria moest een lichttechnische uitdaging worden overwonnen: de in het plafond ingewerkte lichtpanelen werden in de eveneens ingewerkte verwarmings- en koelelementen geïntegreerd. Een lastige opgave die in het kader van de hoge milieunormen van het huis met alle plezier werd opgelost. Zo verzette Thom Mayne met zijn ontwerp niet alleen op esthetisch vlak de bakens. De Cooper Union nieuwbouw is goed op weg om als eerste universiteitsgebouw van de VS met de belangrijkste prijs van het land op het vlak van milieubescherming, de LEED Platinum Award, te worden bekroond.

Zumtobel. Het licht.

share it


Lichtoplossing
  • SPIRIT
  • VIVO
  • SPHEROS T16
Cité d’Architecture et du Patrimoine
Parijs, Frankrijk
Bouwheer: Cité d’Architecture et du Patrimoine (FR)
Architect: Agence Bodin, Parijs (FR)
Lichtstudie: Agence Bodin, Parijs (FR)
Elektrostudie: GEC Ingenierie, Parijs (FR)
In het licht van de ‘Grande Nation’

Er zijn niet veel plaatsen die zo volledig aan de architectuur gewijd zijn en dit op zulk een indrukwekkende manier demonstreren als het classicistisch-moderne Palais Chaillot aan de Seine. In de prachtige oostelijke vleugel opende na een behoedzame renovatie in 2007 's wereld grootste architectuurcentrum. Sindsdien zijn in deze representatieve ruimtes meerdere instellingen verzameld die historische en moderne architectuur onder één dak samenbrengen met het culturele erfgoed van Frankrijk.

De royale inkomhal op het gelijkvloers presenteert zich dankzij de lichtgeleiding als een duidelijk gestructureerde ruimte die het oriëntatievermogen van de bezoekers ondersteunt en de ingangen naar de verschillende afdelingen centraliseert. In het plafond ingewerkte lichtlijnen nemen de hoofdassen van de hal langs de monumentale zuilen over.

In de hoge, in elkaar overvloeiende ruimtes van de openbare bibliotheek met open kastsysteem bevinden zich ongeveer 28.000 boeken. Jean François Bodin is er met slechts enkele ingrepen in de bouwsubstantie in geslaagd om een functioneel en modern bibliotheekinterieur te creëren. De gereconstrueerde reeks fresco’s uit de abdij van Sain Savin sur Gartempe is met behulp van een speciaal geconcipieerde armatuur mooi in scène gezet: boven de wandrekken projecteren reflectoren op basis van het TECTON systeem warm licht naar het tongewelf van de 40 meter lange zaal.

De indrukwekkende Galerie voor Architectuur strekt zich via een bochtig parcours over de hele tweede etage van de weidse gebouwvleugel uit. Zeven grote, langs achteren verlichte, ronde plafondarmaturen dompelen de centrale expositievlakken in een eenvormig licht onder, dat naargelang de behoefte in verschillende verlichtingssterktes kan worden ingesteld.

Zumtobel. Het licht.

share it


Lichtoplossing

Laat u inspireren

Zumtobel Newsletter
Geef uw e-mailadres in om eenmaal per maand inspirerende lichtoplossingen en alle wetenswaardigheden aangaande Zumtobel rechtstreeks in uw postvak aangeleverd te krijgen.

Nog vragen?

Bedankt voor uw bericht!

LAND
SOCIAL MEDIA

PIL

Partner in lichtoplossingen

Meer succes door professionele en efficiënte lichtoplossingen: Zumtobel informeert, ondersteunt en kwalificeert zorgvuldig geselecteerde elektriciens bij hun omgang met licht.
Naar het PIL portaal

LCP

Lighting Competence Program

Het partnerprogramma van Zumtobel voor elektro-ingenieurs heeft tot doel om uw en onze competenties met elkaar te verbinden om zo het volledige potentieel op het vlak van licht te benutten en tegelijk het dagdagelijkse configuratiewerk te vergemakkelijken.
Naar het LCP portaal

LDP

Lighting Design Program

Dit partnerprogramma van Zumtobel werd ontwikkeld voor architecten die licht als een inrichtingselement gebruiken en hiervoor inspiratie, ondersteuning en informatie uit eerste hand willen krijgen.
Naar het LDP portaal<
Meer over de programma's