| Bouwheer: | Städelsches Kunstinstitut, Frankfurt am Main/D |
| Architect: | schneider+schumacher, Frankfurt am Main /D |
| Lichtstudie: | Licht Kunst Licht AG, Bonn/Berlin/D |
| Elektrostudie: | Delta-Tech, Weiterstadt/D |
| Elektro-installatie: | Imtech, Rüsselsheim/D |
De Städel nieuwbouw met een expositieoppervlakte van ongeveer 3.000 m² werd gerealiseerd onder de tuin van het bestaande gebouw. Een elegant, licht overkomend plafond overspant de tot 8,20 meter hoge zaal. Alhoewel deze ondergronds werd aangelegd, is de nieuwbouw ook van op de begane grond zichtbaar. Want de licht opgehoogde, bewandelbare tuin van het museum is nu overtrokken met een indrukwekkend patroon van cirkelronde lichtkoepels die voor de verlichting van de nieuwe museumruimtes zorgen.
De 195 lichtkoepels met diameters van 1,5 tot 2,5 m doorbreken het vrij overspannen en lichtjes naar boven golvende plafond van de ondergrondse zaal. Ze brengen het daglicht tot in de expositieruimte en doen tegelijk dienst als kunstlichtbron met een uit LED-elementen opgebouwde ring uitgerust met warm witte (2700 K) en koud witte (5000 K) LED’s – een projectspecifieke oplossing van Zumtobel die in samenwerking met de lichtingenieurs van het bureau Licht Kunst Licht en de architecten van schneider+schumacher werd ontwikkeld. Bij een bewolkte lucht en in de avond- en nachtelijke uren verzekeren deze LED’s een gelijkmatige verlichting van de schilderijen en tentoongestelde stukken.
Door de op maat gesneden lichtoplossing van Zumtobel kunnen nu uiterst gevoelige expositiestukken zoals bijvoorbeeld werken op papier vlak naast een kabinet met verlichting voor sculpturen worden getoond. De verlichtingssterktes kunnen voor elke lichtkoepel individueel aan de specifieke behoeften worden aangepast. Om bepaalde objecten naar voor te halen of wandvlakken mee in de verlichting te integreren, kunnen waar nodig afzonderlijk vervaardigde Arcos LED projectiespots met verschillende optieken in steekbussen aan de lichtkoepels worden geïnstalleerd.
Om een zinvol gebruik van het daglicht te garanderen, beslisten de bouwheren om het Zumtobel lichtsturingsprogramma Luxmate Professional te gebruiken. Het lichtmanagement stuurt de inschakeling van het kunstlicht vanuit de lichtkoepels in functie van het beschikbare daglicht en volgens de noden van resp. de maximale lichtwaarden voor de tentoongestelde stukken.
Zumtobel. Het licht.
![]() |
"Om alles tot een goed einde te kunnen brengen, was een vrije, kritische en bijwijlen ook gepassioneerde communicatie tussen fabrikant en ontwerper noodzakelijk. Het voortreffelijke resultaat geeft aan hoe goed dit heeft gewerkt." Andreas Schulz, Zaakvoerder, Licht Kunst Licht |
|
![]() |
“Zoals we het gebouw hebben ontworpen, blijven alle voordelen die het Städel ensemble voordien al had, behouden. Bovendien zijn de nieuwe ruimtes door de welvingen in de grasmat en de lichtkoepels op een spectaculaire wijze in het straatbeeld zichtbaar. Technisch gezien dragen de klimaatregelingtechniek en vooral ook het licht met de LED-techniek en het grote aandeel van het daglicht bij tot de duurzaamheid.” |
|
![]() |
“Het was onze taak om met een globale lichtoplossing de complexe eisen aan onder andere de lichtkwaliteit, de kleurweergave en de verlichting, rekening houdend met de conserveringsaspecten, in te vullen. Onze expertise om oplossingen op maat te ontwikkelen en de goede samenwerking met de lichtingenieurs en architecten stelden ons in staat om deze bijzondere LED-lichtoplossing te ontwikkelen. Door de combinatie van een intelligente sturing met state-of-the-art LED-technologie konden we een absoluut uniek en flexibel verlichtingsconcept uitwerken dat op elk moment het best mogelijke licht voor onbeperkt kunstgenot ter beschikking stelt." Reinhardt Wurzer, Hoofd International Projects, Zumtobel Lighting |
|
| Bouwheer: | Technisch Museum, Wenen / AT |
| Lichtstudie: | Pokorny Lichtarchitektur, Wenen / AT |
| Elektro-installatie: | Brüder Gros, Wenen / AT |
| Bouwheer: | Comune di Milano, Milaan/I |
| Architect: | Italo Rota, Fabio Fornasari, Milaan/I |
| Lichtstudie: | Allessandro Perdetti, Milaan/I |
| Elektro-installatie: | Cooperativa Cellini Impianti Tecnologici, Prato/I |
| Foto’s: | Jürgen Eheim |
| Wedstrijd- en uitvoeringsontwerp: : | Gruppo Rota: Italo Rota, Fabio Fornasari, Emmanuele Auxilia, Paolo Montanari |
Alhoewel van buiten nauwelijks veranderd – alleen de dichtgemetselde rondboogramen op de tussenverdieping werden voorzien van glasruiten – werkt het torenachtige bouwwerk nu als een transparante behuizing dat langs achteren verlicht lijkt en inzichten in zijn nieuwe interieur toestaat. Achter de grote glasruiten straalt de lichtinstallatie „Struttura al neon“ van Lucio Fontanas tot op het Domplein.
Voor deze nieuwe openheid werd het gebouw voor een groot deel gestript. Nu worden de bezoekers via een spiraalvormig opgaand platform naar de verschillende expositieruimtes geleid. De glasfaçade die het platform omhult, geeft in- en uitzichten vrij die als een filmsequentie bij elke stap veranderen. Puntvormige armaturen volgen de golvende vlakken op twee niveaus: in het plafond geïntegreerde downlights tekenen de weg na en verlichten het platformoppervlak, kleine LED-spots aan de leuning stralen groenblauw licht naar binnen toe.
Licht als inrichtingsmiddel speelt ook aan de interfaces tussen de verschillende museumzones een belangrijke rol. Zo markeren “lichtportalen “ de ingangen naar de expositiezalen. Tweedimensionale lichtmodules fungeren hierbij als deurkaders en accentueren de overgangen naar de introverte galerieruimtes. Hier zorgt het modulaire lichtplafond CIELOS voor een gelijkmatige, diffuse basisverlichting die de kunstwerken op de eerste plaats stelt. De CIELOS modules zijn in functie van de plattegrond van de ruimtes ofwel als lineaire lichtlijnen ofwel in een vierkant opgesteld en worden geregeld via het centrale LUXMATE lichtsturingssysteem. In tegenstelling tot het tweedimensionale plafondlicht van de galerieën worden de doorgangszones verlicht met verticale lichtlijnen die vlak in de wanden zijn geïntegreerd.
| Bouwheer: | Städelscher Museumsverein, Frankfurt/D |
| Architect: | Kühn Malvezzi, Berlijn/D |
Voor een gelijkmatige basisverlichting werden de in vele ruimtes aanwezige lichtplafonds volledig vervangen. TECTON armaturen met warm witte en daglichtwitte fluorescentielampen achter melkglaspanelen creëren een daglichtachtige indruk. De tentoongestelde werken worden extra verlicht door de extreem energiezuinige LED SUPERSPOTS. Zo ontvouwen de sculpturen een gefocusseerde ruimtelijke werking zonder dat volumineuze halogeenspots de globale indruk van de ruimte beïnvloeden. De objecten worden van op een hoogte van vijf tot zes meter optimaal verlicht – met slechts 2,5 Watt per spot resp. 5 Watt per twee spots; eerder was hiervoor nog 50 Watt nodig.
In groepen van drie in het rondgaande TREN railsysteem ingezet, zorgen de meer dan 2.000 stuurbare LED-spots voor een grote mate van flexibiliteit bij wisselende exposities.
Dit TREN railsysteem werd in ruimtes zonder lichtplafond uitgerust met een bijkomende indirecte component. Fluorescentielampen doen de plafonds oplichten en geven zo een nieuwe dimensie aan de ruimte. De bestaande pendelarmaturen werden vervangen door technisch opgewaardeerde bolvormige pendelarmaturen. Deze integratie van LED SUPERSPOTS vult de algemene verlichting mooi aan en laat een elegante accentuering van de sculpturen toe.
De sturing gebeurt met het lichtmanagementsysteem LUXMATE Professional. Om de daglichtachtige atmosfeer in de ruimtes te perfectioneren, worden de lichtsterkte en kleurtemperatuur van de lichtplafonds via een tijdafhankelijke programmering aan het uur van de dag aangepast.
| Bouwheer: | Denmarks Radio, Kopenhagen/DK |
| Architect: | Ateliers Jean Nouvel, Parijs/F |
| Lichtstudie: | Atelier Yann Kersalé, Parijs/F |
| Foto’s: | Zumtobel: Torben Petersen; Danish Radio: Bjarne Bergius Hermansen, Agnete Schlichtkrull |
Het reusachtige muziekblok wordt als een garagedeur voor de bezoekers opengeklapt. Hier brengt de Kopenhaagse sterrenhemel bezoekers alvast in de juiste stemming voor wat komen gaat. De fonkelende sterrenhemel werd in samenwerking met LEDON vervaardigd met behulp van 1.600 LED’s aangebracht in een 300 m² groot akoestisch plafond met gaten. Abstracte projecties van motieven uit de muziekwereld en kleine filmsequenties brengen de foyer tot leven, zelfs wanneer er geen voorstelling plaatsvindt. Om deze projecties in de hiervoor noodzakelijke intensiteit mogelijk te maken, liet Zumtobel een bijzonder krachtige goboprojector ontwikkelen.
De grote concertzaal is helemaal bekleed in warme houttinten. Hier wordt de architectuur coulisse, de ruimte een landschap. De terrasachtige publieksrangen typeren het beeld van de zaal, erboven troont – als een rots—het orgel. De visuele enscenering beleeft haar hoogtepunt door het licht. Feestelijk gedempt licht dompelt de concertzaal onder in een virtuele avondzon. Zacht kaarslicht onderstreept tijdens het concert het akoestische genot. Dergelijke subtiele lichtstemmingen zijn mogelijk gemaakt door een hele reeks bijzondere oplossingen: een bodeminbouwarmatuur verlicht de balkons met diep, zacht strijklicht. Langs de buitenste bovenrand van de ruimte simuleert een lichtlijn enerzijds invallend daglicht, anderzijds plaatst hij de buitenproportioneel grote wandschildering in het juiste licht. Indirecte floodlights op het reusachtige geluidsreflecterende zeil in het midden van de ruimte stralen feestelijk halogeenlicht de zaal in. In totaal zijn het meer dan 800 individueel stuurbare armaturen en armatuurgroepen die via het lichtmanagementsysteem LUXMATE de gewenste lichtstemmingen componeren. Een belangrijk hulpinstrument bij het zoeken naar de perfecte lichtoplossing was het interactieve planningsprogramma Vivaldi, waarmee de lichtstemmingen reeds vooraf met architect en gebruiker werden afgestemd. Een eerste virtueel concert in een driedimensionale simulatie van de concertzaal was het hoogtepunt van al dit werk. Architecten, ingenieurs, vertegenwoordigers van de gebruikers en de chef-dirigent applaudisseerden blij en vol verwachting.
| Bouwheer: | Autonoom Gemeentebedrijf Museum, Leuven/B |
| Architect: | Stéphane Beel Architecten, Gent /B |
| Elektrostudie: | RCR studiebureau, Herent /B |
| Elektro-installatie: | Spie NV, Zaventem/B |
| Foto’s: | Toon Grobet |
Met een collectie van 46.000 werken van middeleeuwse tot hedendaagse kunst fungeert het Museum M als brug tussen de geschiedenis en het heden. “Eeuwenoud en springlevend”, het motto van de stad Leuven, geldt ook voor het nieuwe museum. Het uitgestrekte complex richt zich met meerdere ingangen naar de oude stad, verenigt verschillende bouwstijlen en tijdperken en toont zich een levendig en veellagig kunstareaal.
Het vroegere academiegebouw en het Vander Kelen-Mertens Paleis – beide huizen zijn in het Museum M geïntegreerd – werden zorgvuldig gerenoveerd volgens de regels van de monumentenzorg en via een brug met een moderne nieuwbouw verbonden. In totaal zijn in dit labyrintachtig museumcomplex 6.500 vierkante meter tentoonstellingsruimte geïntegreerd. Terwijl in de oude gebouwen de bonte pracht van vervlogen tijden wordt uitgespreid in kleinere kabinetten met houten plafonds en wandlambriseringen, toont de nieuwbouw zich nuchter en terughoudend.
In plaats van monotone, geïsoleerde ruimtes richtte de architect een afwisselend en veelzijdig bruikbaar museumparcours in met nu eens grote en hoge, dan weer kleinere en lagere zalen. Het lichtconcept houdt rekening met het karakter van de verschillende zalen en speelt op fijngevoelige wijze in op de concrete ruimtelijke omstandigheden. Zo worden de als monument beschermde kunstkabinetten van de bestaande gebouwen verlicht door filigrane SUPERSYSTEM rails die aan nauwelijks zichtbare staaldraden onder het oude houten plafond lijken te zweven. Naargelang de behoefte zorgen verticale wandfloodlights voor een flexibele en expressieve accentuering van de kunstwerken. Voor de algemene, compacte en flexibel ingerichte verlichting zijn 3-faserails met spots gebruikt. In de duidelijk ruimere White Cube ruimtes van de nieuwbouw worden TECTON rails aangevuld met extra TEMPURA LED spotlights. De kleurtemperatuur hiervan kan volgens de noden van de kunst op elk punt tussen 2.700 en 6.500 Kelvin worden ingesteld. Het LED-licht voorkomt bovendien schade aan de kunstobjecten door warmte- of UV-straling.
| Bouwheer: | Italiaans ministerie voor cultuur, Rome/I |
| Architect: | Zaha Hadid Architects, Zaha Hadid en Patrik Schumacher, Londen/VK |
| Lichtstudie: | Equation Lighting, Londen/VK |
| Elektrostudie: | Max Fordham and Partners, OK Design Group, Londen/VK |
| Elektro-installatie: | Ciel Spa, Rome/I |
| Foto’s: | Pietro Savorelli |
Als een sculptuur met een zeer genuanceerd licht- en schaduwspel, zo werkt het gebouw in sierbeton van het Museo nazionale delle arti del XXI secolo – MAXXI. Via insnijdingen en doorzichten tekent het zonlicht heldere patronen, schaduwlijnen trekken over het weidse voorplein, binnen en buiten zijn op subtiele wijze met elkaar verbonden. Als luifels geleiden de overhangende bouwlichamen de bezoeker tot in de gebouwhoge foyer. Hier komen elkaar kruisende trappen en verbindingsbruggetjes naar de vijf museumniveaus samen, een "verticale piazza" ensceneert de bezoekersstromen. Natuurlijk licht stroomt vanuit het glazen dak tot helemaal naar beneden, fijn uitgebalanceerd door een speciaal ontwikkeld lichtplafond waarin indirect stralende fluorescentielampen wanneer nodig extra licht kunnen toevoegen. Dit gecombineerde systeem zorgt voor een homogene basisverlichting. Daarnaast wordt het kunstlicht ook bewust als inrichtingsmiddel gebruikt om de dynamiek van de weggeleiding te benadrukken. Trappen en bruggetjes worden zo dragers van licht. Hun halfdoorschijnend glinsterende onderzijden, uitgerust met fluorescentielampen achter een lichtverstrooiende folie en acrylglas, werken daarbij als lichtkasten.
In de expositiezalen wordt het royale karakter van de inkomhal doorgetrokken. Met rechte, gebogen en hellende wanden, met gangen, opgaande platforms en terrassen ontwikkelt de ruimtelijke structuur zich even verrassend als veellagig. De zalen lopen parallel, kruisen elkaar, vormen cascadeachtige plateaus, meanderen verder in verschillende richtingen om elkaar vervolgens weer op te zoeken. Het natuurlijke licht speelt de hoofdrol in het lichtconcept. Ter aanvulling maken complexe lichtplafonds een natuurgetrouwe waarneming van kleuren en oppervlakken mogelijk. In de smalle kapdragers – met betonelementen beklede stalen liggers – zijn alle technische elementen geïntegreerd: Ze dragen de extern aangebrachte tralieroosters, die als zonwering en voor de lichtverstrooiing dienst doen, de beide glasvlakken en de rolgordijnen voor de verduistering. Voor een gelijkmatige algemene verlichting zorgen de aan beide zijden van de ribdragers over de hele lengte ingebouwde, dimbare fluorescentielampen achter lichtverstrooiend, halfdoorschijnend acrylglas. Zonwering en lichtvermogen worden naargelang van de stand van de zon en de gewenste verlichtingssituatie door het lichtmanagementsysteem LUXMATE Litenet geregeld. Aan het onder de dragers geïntegreerde railsysteem kunnen bijkomende spots voor de accentverlichting maar ook beamers en lichte scheidingswanden worden gemonteerd.
| Bouwheer: | Deense Ministerie van Cultuur,, Kopenhagen/DK |
| Architect: | Lundgaard & Tranberg, www.lundgaardtranberg.dk, Kopenhagen/DK |
| Elektrostudie: | COWI A/S, Ansprechpartner Bernt Wangy, www.cowi.dk, Kongens Lyngby/DK |
| Bouwheer: | Administratie van de deelstaat Beieren voor openbare kastelen, tuinen en meren München/D |
| Elektro-installatie: | Ambos, Füssen/D |
De grootste zorg van de verantwoordelijken is de sterke belasting van historische meubels, textiel en schilderijen door UV- en infraroodstraling. Om de historische uitstraling van de ruimtes niet te verstoren, moest ook zoveel mogelijk van zichtbare lichtbronnen worden afgezien. Een andere vereiste was om de reeds bestaande bevestigingspunten te gebruiken of met klemmiddelen te werken om geen ingrepen in de historische substantie te moeten doen.
Vooral de gereduceerde afmetingen en het UV-vrije licht hebben de verantwoordelijken al zeer snel doen kiezen voor SUPERSYSTEM. Dit LED-lichtsysteem blijft architectonisch discreet en plaatst tegelijk zeer mooie accenten – ook van op grotere afstand. Door verschillende optische opzetstukken te gebruiken, kunnen de LED-spots met slechts 2,5 Watt verschillende lichtverdelingen tot stand brengen. De prachtige kleuren in de koepel van de troonzaal worden met de LED-spot TEMPURA op indrukwekkende wijze verlicht. Met de keuze tussen warm wit licht van 3.000 Kelvin of koel wit licht van 6.500 Kelvin kunnen de details perfect worden geaccentueerd en kunnen de museumverantwoordelijken achteraf nog altijd aanpassingen doorvoeren.
| Bouwheer: | Deelstaat Beieren, Ministerie voor Wetenschap, Onderzoek en Kunst, München/D |
| Architect: | Sauerbruch Hutton, Berlijn (D) |
| Elektrostudie: | Zibell, Willner und Partner, München (D) |
De bouwheer wenste een daglichtmuseum, gebouwd volgens de nieuwste inzichten op het vlak van energie-efficiëntie, maar zonder vensters. Het antwoord van de architecten was een concept dat in alle etages verticaal daglicht laat binnenvallen. Het overwegend gesloten gebouwomhulsel dankt zijn levendigheid aan 36.000 geglazuurde keramiekprofielen in 23 kleuren. Deze buitengevel met extravagante optiek draagt ook bij tot de energie-efficiëntie: de geglazuurde keramische staafjes reflecteren het zonlicht en verhinderen zo het opwarmen van het gebouw.
Alle galerieën zijn uitgevoerd met witte wanden en een massieve parketvloer uit Deense eik. Ze vormen zo een discrete achtergrond voor de – vooral aan de wanden opgehangen – kunstwerken. Verticaal ten opzichte van de venstergevel geïnstalleerde TECTON lichtlijnarmaturen geven aan de zeven meter hoge, dwars verlopende galerie een bijzondere uitstraling. Op de bovenste verdieping kan het daglicht ongehinderd naar binnen vallen waarbij translucide textielplafonds een zachte afsluiting vormen. Ook de zeven meter hoge zaal in het souterrain wordt met daglicht verlicht. Dit wordt mogelijk gemaakt door een verschuiving van de plattegrond. Ter aanvulling sturen TECTON lichtlijnen het licht homogeen de ruimte in. In de aansluitende kabinetten laten TEMPURA LED spots met variabele kleurtemperatuur de werken in al hun pracht opleven, waarbij de waardevolle sculpturen en schilderijen veilig, want vrij van UV- en IR-stralen, worden verlicht. Het kleine restaurant in de foyer nodigt uit tot verpozen. Onder filigraan vanuit het plafond gependelde LED-lichtlijnen kan men de geziene kunstwerken nog eens rustig de revue laten passeren. De projectspecifieke, designgerichte LED-armatuur werd in nauwe samenwerking met het architectuurkantoor ontworpen.
| Bouwheer: | Marianne Langen, Meerbusch (D) |
| Architect: | Tadao Ando, Osaka (JP) |
| Elektrostudie: | Hans-Peter Bayer Ingenieurbüro, Kaarst Büttgen (D) |
| Elektro-installatie: | Jürgen Lassig Gmbh & Co. KG, Geilenkirchen (D) |
| Foto’s: | Udo Kowalski, Wuppertal/D, Bernie Boess, Wenen (AT) |
De Langen Foundation presenteert zich, harmonieus in het landschap ingebed, als een door aarden wallen omgeven bouwwerk uit staalbeton, glas en stalen kolommen. Het nieuwe kunst- en expositiehuis werd opgericht op de terreinen van de voormalige raketbasis volgens de plannen van de Japanse sterarchitect en Pritzker prijswinnaar Tadao Ando. Op een oppervlakte van 900 m² worden wisselende tentoonstellingen en de werken uit de Langen collectie getoond. Daarbij gebruikt Tadao Ando bewust de oude beschermwallen van de lanceerplatforms om daarachter een “kosmos van stilte" te creëren.
De rondom het bouwlichaam ingewerkte lichtbalken geven een zekere lichtheid aan het gebouw. Ondersteund door de weerspiegelingen in het meer ontstaat zo bijna een soort van gewichtloosheid.
In de zogenaamde Japanse ruimte worden de tentoongestelde stukken, in harmonie met de traditie van het museum, door het spotsysteem XENO in scène gezet. In de inkomhal en aan de receptie zorgt de downlightserie PANOS voor een goede, gelijkmatige verlichting.
XENO
PANOS
| Bouwheer: | Siegfried Weishaupt |
| Architect: | wwa, Wöhr Heugenhauser, München/D |
| Lichtstudie: | a-g Licht, Bonn/D |
Met de opening van Kunsthal Weishaupt wordt een van de meest betekenisvolle Duitse privécollecties van hedendaagse kunst toegankelijk gemaakt voor het publiek. De indrukwekkende nieuwbouw rondt de herinrichting van het stadscentrum van Ulm mooi af. Daarbij past het drieledige gebouw zich ondanks zijn grote omvang elegant in de omgeving in. Dit lukt vooral dankzij de rondom in glas uitgevoerde inkomhal die passanten een blik in het kunstgebeuren gunt.
Bij de ontwikkeling van het lichtconcept werd in de eerste plaats geopteerd voor een verlichting die zich gereserveerd maar toch effectvol in de architectuur van het gebouw zou integreren. Centraal stond daarbij een maximaal gebruik van daglicht, dat waar nodig met kunstlicht kan worden aangevuld. Daarvoor werd een sheddak geconcipieerd dat het directe daglicht grotendeels dimt en de hoeveelheid invallend daglicht op elk moment beïnvloedbaar houdt. De kunstverlichting werd gerealiseerd met vrij stralende TECTON TETRIS lichtlijnen. Geïntegreerd in de sheddaken, genereren deze armaturen via een indirecte uitstraling een lichtwerking die deze van het daglicht sterk benadert. Via een sturingssysteem wordt het kunstlicht bij schemering langzaam versterkt om bij volledige duisternis de algemene verlichting helemaal over te nemen.
De indirecte algemene verlichting wordt aangevuld door het accentuerend verlichten van de kunstobjecten met VIVO spots. Door de combinatie van een diffuse algemene verlichting met deze accentverlichting ontstaat een boeiend lichtspel dat de kunstwerken optimaal in scène zet. Een aantal spots zijn in een bijzondere uitvoering ook met camera’s uitgerust. Zo kunnen de noodzakelijke bewakingstaken op elegante wijze zonder storende extra elementen worden gerealiseerd.
Op de benedenverdieping wordt het verlichtingsconcept van het sheddak nagebootst door plafondsleuven die indirect worden verlicht met TECTON TETRIS lichtlijnen. Ook in deze plafondsleuven zijn weer VIVO spots voor de accentverlichting geïntegreerd.
| Bouwheer: | Dornier Stiftung für Luft- und Raumfahrt, München/D |
| Architect: | Allmann Sattler Wappner Architekten, München/D |
| Lichtstudie: | Torsten Braun, Limburg/D |
| Lichttechniek: | Belzner Holmes, Heidelberg/D |
| Elektrostudie: | Rable + Partner, Reutlingen/D |
In het museum heet een lichte foyer de bezoekers welkom. TECTON lichtlijnen en VIVO pendelarmaturen zorgen voor een uitnodigende atmosfeer. Vanuit de ruime inkomhal met cafetaria en shop geraakt de bezoeker tot in de daarboven gelegen museumbox, die in elf zalen de geschiedenis van de onderneming Dornier en van de luchtvaart in het algemeen belicht. Modelvliegtuigjes, tekeningen en andere historische expositiestukken worden in glasvitrines met lichtbalken en compacte LED-spots puntprecies verlicht. De lichtplanning doet het zonder ramen en structureert de expositieruimtes in lichtere en donkerdere zones die tijdens de rondgang voor afwisseling zorgen en diverse expositiestukken tot highlights maken. In de hangaar volgt dan het hart van het museum – een grote hal met historische vliegtuigen, waaronder vele bijzondere exemplaren. SLOTLIGHT armaturen met een projectspecifiek raster zorgen hier voor een schaduwvrije en gelijkmatige verlichting.
Voor de nachtelijke enscenering van de buitengevel realiseerde James Turrell een lichtkunstwerk dat met zijn harmonieus kleurverloop de waarneming van de bezoekers naar nieuwe dimensies leidt. Dankzij een innovatieve 16-bit-aansturing kan de kleurruimte van de armaturen tot meerdere miljoenen kleuren worden uitgebreid, waardoor er aan de lichtcompositie nauwelijks nog grenzen zijn gesteld.